Het Turia-park is mijn gids door de Spaanse stad Valencia. Negen kilometer lang slingert het park door de stad en verbindt het de highlights: van het historische centrum tot de futuristische Stad van de Kunst en Wetenschappen. Op de fiets beweeg ik me door smalle straatjes en steeds weer terug het park in, dat de stad haar unieke karakter geeft. Fietsen door Valencia is wat mij betreft de mooiste manier om de stad te leren kennen.
Zon en palmbomen, dat is het eerste wat ik zie bij aankomst in Valencia. Het is pas februari, maar de zomer lijkt zich hier al aan te kondigen. Ik ben trouwens ook niet per se voor het weer gekomen, maar voor de musea, de paella en de Ciutat de les Arts i les Cièntes, de Stad van de Kunst en Wetenschappen die ik nu voor me zie liggen. Terwijl ik uitkijk over de witte gebouwen van architect Santiago Calatrava, valt mijn oog op iets anders. Het Turia-park, dat als een groene golf door de stad slingert. Ik besluit Valencia vandaag op de fiets te verkennen met het park als uitgangspunt.
Tips voor Valencia
- Slapen: Hotel Primus Valencia ligt direct aan het Turia-park. Blanq Carmen Hotel is een boutiquehotel in het oude centrum. Voor meer luxe: Vincci Mercat.
- Eten: Begin Huerto (Pg. de l’Albereda, 47), Pintxo i Trago (Pl. Redona, 9) en tapasrestaurant Nederland 1814 (Plaça de Rodrigo Botet 4).
- Reisorganisatie: Explorista Travel.
- Fietstour: via Happy Tourist Center Valencia of BajaBikes.
- Kookworkshop: My First Paella.
- Tip: met de Valencia Tourist Card reis je gratis met het OV door Valencia en heb je toegang tot veel musea en activiteiten.

Fietstour Valencia
Mijn ontdekkingstocht begint in El Carmen, de oudste wijk van Valencia, verscholen tussen de Moorse en christelijke stadsmuren. De wijk dankt haar naam aan het klooster Carmen Calzado. Overdag struin je hier langs kleine boetiekjes en rustige pleinen, ’s avonds verandert de wijk in een decor van terrassen en restaurants. Nu, vroeg op de dag, is het er nog stil.
Gids Kirsten van Happy Tourist Center neemt me vandaag mee op de fiets en vertelt hoe het leven in Valencia zich vooral op de pleinen afspeelt. Op Plaza de la Virgen zitten mensen in de zon op een terrasje naast de kathedraal. Iets verderop ligt Plaza del Carmen, met sinaasappelbomen, een fontein en de Iglesia del Carmen. Hier speelt het leven zich buiten af, precies zoals je dat in Spanje verwacht. Niet ver daarvandaan ligt El Mercado Central, de bekende versmarkt van de stad.



Modernisme en oude tradities
Zigzaggend door de stad duikt tussen de straten plotseling het Estación del Norte op. De naam verwijst niet naar de ligging van het station, legt Kirsten uit, maar naar de voormalige spoorwegmaatschappij Compañía de los Caminos de Hierro del Norte, die het gebouw in 1917 opende om Valencia met het noorden van Spanje te verbinden.
Het station geldt als een van de mooiste voorbeelden van Valenciaans modernisme. Op de gevel prijken overal sinaasappels, hét symbool van de stad. “Valencia wordt ook wel de sinaasappelstad van Spanje genoemd,” vertelt Kirsten. “De sinaasappels die nu nog aan de bomen in de binnenstad hangen worden binnenkort geoogst.” Binnen in het station bewonder ik de oude wachtruimtes, de cassetteplafonds en de kleurrijke tegelmozaïeken. Het voormalige stationscafé is zonder meer de meest indrukwekkende ruimte: de mozaïeken hier verbeelden Valenciaanse tradities.


Voor ik verder fiets werp ik een blik op een tegenwoordig minder gewaardeerde Valenciaanse traditie, de stierenarena. Het gebouw is een neoclassicistisch ontwerp van de architect Sebastián Monleón Estellés. De stenen bogen en zuilengalerij ogen indrukwekkend, maar het gebouw blijft confronterend. Het aantal stierengevechten is afgenomen, maar de traditie leeft nog voort tijdens feesten als Las Fallas, waarbij nog altijd stieren door matadors worden gedood.
Tussenstop bij Mercado Colón
Een korte fietstocht later stap ik uit het ritme van de stad bij Mercado Colón, een van de vele markthallen van Valencia. Op deze plek was stond ooit een gasfabriek, tot Francisco Mora Berenguer in 1914 het huidige gebouw ontwierp. “Hij studeerde architectuur in Barcelona en kwam daar in aanraking met het Catalaanse modernisme en met het werk van Gaudí,” vertelt Kirsten. “Misschien herken je wat elementen.” De typisch Valenciaanse sinaasappels en mozaïeken die de stad kenmerken, keren ook hier terug.
De Markt van Colón is een voorbeeld van modernistische architectuur, met hoge plafonds en veel daglicht. Marktkramen met verse producten vind je er nauwelijks, delicatessenwinkels met lokale ambachtelijke producten, restaurants en cafés des te meer. Hier kom je niet voor je boodschappen, maar voor een Agua de Valencia en een bord paella.




Paella, horchata en een standbeeld
Met een tas vol marktaankopen loodst Kirsten de groep naar Plaza de Alfonso el Magnánimo, beter bekend als El Parterre. In dit kleine park staat een bronzen ruiterstandbeeld van koning Jaime I die in 1238 tijdens de reconquista Valencia op de Moren heroverde.
Hier deelt Kirsten ook de inhoud van haar tas. “In Valencia kan je niet weggaan zonder twee dingen te proeven,” zo vertelt ze. “Paella en horchata.” Ze haalt horchata tevoorschijn, een drankje van aardamandelen, water en suiker. Naar verluidt is het ontdekt door Jaime I zelf, toen hij Valencia bevrijdde van de Moren. Ik proef mijn eerste glas horchata met een fartón erbij, een zoet met suiker geglazuurd broodje dat je in het drankje doopt. Ondertussen legt Kirsten uit waarom een vleermuis in het stadswapen van Valencia prijkt: volgens de overlevering waarschuwde het dier ’s nachts de soldaten van Jaime I voor een naderende aanval.



De kathedraal en de Heilige Graal
Terwijl het Turia-park dichterbij komt, doemt ook de Kathedraal van Valencia op met haar iconische klokkentoren de Miguelete. De kathedraal verrees tussen de 13e en 15e eeuw op de resten van een Romeinse tempel, die later ook dienstdeed als moskee van het Arabische Balansiya.
Bijzonder is dat in de kathedraal de Heilige Graal wordt bewaard, die volgens de overlevering via Rome en Huesca in de 15e eeuw uiteindelijk zijn weg naar Valencia vond. Elke donderdag komt het Tribunal de las Aguas, een eeuwenoude instelling uitgeroepen tot Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid, samen bij de Apostelenpoort. Wie de 207 treden van de Miguelete beklimt, wordt beloond met uitzicht over de stad en het Turia-park, dat zich als een groene ader door Valencia slingert.



Musea in het oude centrum
In het oude centrum, waar ik nu fiets, liggen ook de verschillende musea die ik de dagen erna bezoek. In het Centro de Arte Hortensia Herrero (CAHH) hangt de privécollectie van kunstverzamelaar Hortensia Herrero. Hier bewonder ik hedendaags werk van onder andere Joan Miró, Anish Kapoor, Anselm Kiefer en Roy Lichtenstein, dat is ondergebracht in het 17e-eeuwse Valeriola-paleis.
In het Almoina Museum loop ik letterlijk door de geschiedenis heen. Via glazen loopbruggen kijk ik uit over opgravingen. Resten van het Romeinse Valencia, zoals het heiligdom van Asklepios en een horreum (Romeins pakhuis), maar ook een doopkapel en de apsis van de Visigotische kathedraal en een patio uit de islamitische periode. Hier komen lagen van tijd letterlijk samen. Het Museo Nacional de Cerámica blijkt helaas gesloten, dat bewaar ik voor een volgend bezoek aan Valencia.



Eindelijk het Turia-park
Dan fiets ik het park zelf in, waar ik de hele dag al glimpen van opving. Negen kilometer lang volgt het park de voormalige rivierbedding van de Turia, die na de verwoestende overstroming van 1957 werd omgeleid. Waar ooit een snelweg gepland stond, kozen de inwoners voor iets anders: een groen park dat zich uitstrekt van het oude centrum tot aan de haven.
Het Turia-park doorkruist Valencia hiermee volledig, van het Parque de Cabecera tot de Stad van Kunst en Wetenschappen, en het geldt als het kloppend hart van de stad. Inwoners en toeristen gebruiken het om te ontsnappen aan de drukte, ze gaan hardlopen in het Turia park, wandelen of fietsen over de paden, en vieren er kinderfeesten. Ik fiets tussen palmbomen en sinaasappelbomen langs sportvelden, speelplaatsen en tuinen vol geurige planten. Het park verbindt wijken, musea, mensen. Het is een plek om te bewegen, te ontspannen en de stad écht te ervaren.


Calatrava’s futuristische stad
Onderweg werp ik nog een blik op de één na grootste pinacotheek van Spanje. Het Museum voor Schone Kunsten, met een zaal gewijd aan Joaquín Sorolla en meesterwerken van onder meer Velázquez, El Greco, Murillo, Van Dyck en Jheronimus Bosch. Dan knijp ik in de remmen bij het Ciutat de les Arts i les Ciències.
De witte, futuristische gebouwen van architect Santiago Calatrava markeren het oostelijke uiteinde van de Turia-tuin. De Hemisfèric en het Wetenschapsmuseum (een aanrader om te bezoeken!) weerspiegelen in het omringende water. Een dag later bezoek ik het museum en ontdek ik hoe boeiend de interactieve tentoonstellingen over wetenschap en technologie zijn, waaronder nu eentje over de uitvindingen van Leonardo da Vinci.



Proeven van Valencia
Aan het eind van de dag staat er nog iets typisch Valenciaans op het programma: een workshop paella maken bij My First Paella. Waar Valencianen het gerecht traditioneel ’s middags eten, sta ik ’s avonds zelf te roeren in de pan. Ik maak een vegetarische paella en voeg stap voor stap wortel, ui, courgette, artisjok en boterbonen toe. Samen met de verschillende soorten paprikapoeder en saffraan die het gerecht zijn kleur en smaak geven.
Een dag later sluit ik de reis af met een food tour: tapas, pintxos en een glas Agua de Valencia volgen elkaar op. In een zijstraatje stuit ik zelfs op La finca más estrecha de Europa, het smalste huis van Europa, nog geen 107 centimeter breed. Gebouwd uit noodzaak, inmiddels een bezienswaardigheid op zich.


Valencia als stedentrip
En hiermee heb ik Valencia volledig doorkruist. Ik heb zeker niet alles gezien, misschien is de lijst van plekken en vooral musea die ik nog wil ontdekken, alleen maar langer geworden. Maar een ding is me wel duidelijk: wat Valencia bijzonder maakt, is de balans. Tussen oude gebouwen en nieuwe architectuur, tussen de drukte van de stad en de rust van de zee. En middenin loopt altijd dat groene lint, het Turia-park, als een verbindende lijn door de stad. Wie Valencia écht wil leren kennen, hoeft eigenlijk maar één ding te doen: op de fiets stappen en het groen volgen.







Geef een reactie