Oman is een land dat zich niet in één beeld laat vangen. Ik ga er onbevangen naartoe. En wat ik aantref is een land met een lange handelsgeschiedenis, een sterke culturele identiteit en een landschap dat voortdurend imponeert. In tien dagen reis ik met een klein gezelschap door Oman, van de kust en de hoofdstad Muscat tot groene wadi’s, verlaten dorpen, hoge bergen en diep de woestijn in.
Een eerste kennismaking met Muscat
Mijn reis begint in Muscat, een stad die ingeklemd ligt tussen bergen en zee. Hier zie ik lage witte gebouwen, brede boulevards en een voelbare rust. Aan de Corniche van Muttrah liggen houten dhows, traditionele houten zeilschepen met hun kenmerkende driehoekige zeilen, verscholen in de schaduw van het immense jacht van de sultan. In de souk klinkt het geroep van verkopers. Straatkatten scharrelen tussen mijn voeten en ik drink vers granaatappelsap terwijl de zee glinstert in de zon.



Een pittige klim naar Muttrah Fort dat in de 16e eeuw is gebouwd door de Portugezen, geeft uitzicht over de stad en de oceaan. Later bekijk ik van een afstandje het paleis van de sultan, omgeven door marmeren overheidsgebouwen en strak aangelegde bloembedden.
Na een nacht in Muscat Dunes Hotel bezoek ik de volgende ochtend de Sultan Qaboos-moskee. Het gebouw is groots en indrukwekkend, opgetrokken uit het mooiste marmer uit Carrara, Turkije en Iran. Op de vloeren liggen prachtige handgeknoopte tapijten en in de ruimtes hangt een serene stilte. Terwijl ik door de moskee loop, vertelt onze lokale gids Abdullah over de rol van het geloof in het dagelijks leven in Oman.



4×4 roadtrip naar wadi’s
Abdullah heeft de reis samengesteld en rijdt ons in zijn stoere 4×4 het hele land door. Vanaf de achterbank van de auto zie ik het landschap veranderen. Muscat ligt achter me en de reis begint, met Hawiyat Najm Park en de Bimmah Sinkhole als eerste stop. Hier daal ik over een lange trap af naar helder blauwgroen water, waar kleine visjes direct aan mijn voeten beginnen te knabbelen.

Later rijden we via kleine dorpen en over een steile en kronkelige weg richting Wadi Tiwi. Een kleine jongen die op zijn blote voeten behendig van steen naar steen springt wil wel de weg wijzen naar de wadi, een rivierdal tussen de rotsen. Ik wandel een groen rivierdal in, tussen bananenbomen en sinaasappelbloesem. Het pad wordt steeds steiler en gladder. Het water ligt diep beneden me; ik blijf halverwege staan. Ook hier is het uitzicht al overweldigend. Het water kun je alleen bereiken door je vast te houden aan een dun touw en door over de steile rotsen naar beneden te glibberen.



Op naar Wadi Shab
Vanaf het hotel in Sur is het een korte autorit naar Wadi Shab. Dit blijkt een van de hoogtepunten van deze avontuurlijke rondreis door Oman. Na een korte boottocht wandel ik door een kloof waar het water steeds dieper wordt. Ik laat mijn spullen achter en zwem verder, klauterend over rotsen en zwemmend door smalle doorgangen. Libelles zoemen om mijn hoofd. Aan het einde wacht een grot met een waterval. Het licht laat het water telkens van kleur veranderen. Het is een plek die je alleen bereikt door wat moeite te doen — en die juist daardoor zo bijzonder voelt.



Schildpadden en scheepsbouw
’s Avonds rijdt Abdullah de groep naar Ras al-Jinz, een beschermd strand waar zeeschildpadden hun eieren leggen. Het is een plek waar ik achteraf mijn bedenkingen over heb. Op papier is Ras al-Jinz een schildpaddenreservaat en hotel waar duizenden zeeschildpadden jaarlijks komen nestelen. In de praktijk zie ik ook toeristen die in grote groepen worden rondgeleid en die de prachtige dieren verstoren.
In het donker volg ik een gids over het strand. Ik zie een jonge schildpad die net uit het ei komt verwoed richting zee kruipen en even later een volwassen schildpad die langzaam haar eieren begraaft in het zand. Ze lijkt zich gelukkig niets aan te trekken van mijn aanwezigheid en de drukte om haar heen. Het is een indrukwekkende ervaring, maar wel een omgeven door twijfel.


Een korte nacht later kijk ik in de kustplaats Sur uit over de haven en bezoek een traditionele scheepswerf waar nog altijd houten dhows met de hand worden gebouwd, de boten die ik eerder in Muscat zag. Het ambacht leeft hier voort, zichtbaar in elke plank en verbinding.


De woestijn en het bedoeïenenleven
Vanaf deze plek is de overgang naar de Wahiba Sands abrupt. Met leeggelaten banden rijdt Abdullah de woestijn in, zo heeft de auto meer grip. Door de ramen zie ik kleine markten en kamelenkampen. Oman is een van de minst bevolkte landen ter wereld. Buiten de steden liggen kleine dorpjes verspreid over het landschap en in de woestijnen wonen nog een aantal rondtrekkende nomadenfamilies, bedoeïenen. Die nacht slaap ik in een bedoeïenenkamp (hier ook te boeken), in tenten die eenvoud combineren met comfort. Bij zonsondergang klim ik een hoge duin op, ik zak ver weg in het mulle zand. Het zand kleurt oranje, de stilte is bijna tastbaar.

Ik schuif aan bij het avondeten en hierna krijgt iedereen die in het kamp overnacht traditionele kledij aan. De vrouwen van top tot teen bedekt en de mannen met een dolk om de heupen gegespt. ’s Avonds luister ik bij het kampvuur naar verhalen over het bedoeïenenleven. Het familiehoofd vertelt hoe hij beseft dat hij tot de laatste generatie behoort die deze manier van leven volledig heeft gekend. Door zijn verhalen te delen met bezoekers probeert hij de tradities levend te houden.
Bij zonsopkomst komt de woestijn langzaam tot leven. In het zand zie ik sporen van dieren en in de verte loopt een kamelenfamilie. Later help ik bij het verzorgen van geiten. Kleine momenten, maar ze geven een inkijkje in een cultuur die steeds zeldzamer wordt.


Wadi Bani Khalid
Ik stap weer de auto in. Op naar één van de mooiste wadi’s van Oman: Wadi Bani Khalid. Het water is er ongelofelijk mooi turquoise. Niet overal in Oman wordt getolereerd dat je als toerist in bikini of badpak zwemt. Bij de Wadi Bani Khalid wordt verwacht dat je volledig gekleed het water in gaat. Ik klauter zo ver ik kan de kloof in, met een paar meter onder me het helderblauwe water. Dan ga ik door het water weer terug. Soms zwemmend en soms klauterend laat ik me meevoeren door het water. Zo nu en dan moet ik van een rots af springen, of van een natuurlijke glijbaan af glijden. Het lijkt wel canyoning.


Oude dorpen en vergeten beschavingen
Wanneer ik de woestijn verlaat, verandert het landschap opnieuw. Op heuvelruggen liggen de Zukait Tombes, bijenkorfvormige en bijna 4000 jaar oude graftombes uit de Bronstijd. De bouwtombes op deze archeologische site kijken uit over het dorp Zukait als stille getuigen van een lang verdwenen beschaving.

In Imty, een grotendeels verlaten nederzetting van 300 jaar oud, dwaal ik door stoffige straten en afbrokkelende huizen. Kunstenaars hebben overal kleine schilderingen aangebracht op de houten deuren en plafonds. Zo komt het verlaten dorp weer een beetje tot leven.


Even verderop ligt Birkat Al Mouz, een groene oase omgeven door een immense palmboomgaard. In Harat Al Siybani, de ‘buurt van de Sibani-familie’ ofwel het oude deel van het dorp, wandel ik door smalle doorgangen tussen verlaten huizen en langs oude irrigatiekanalen.


Jebel Shams en de bergen van Oman
De weg naar de bergketen Jebel Shams voert me diep het Hadjargebergte in. Hoe hoger de auto klimt over stoffige wegen, hoe ruiger het landschap. Hier loop ik een deel van de Balcony Hike, een wandelpad dat langs de rand van de Al Nakhar-kloof slingert. Een immense kloof, die ook wel de Grand Canyon van Oman wordt genoemd. De diepte is duizelingwekkend en het uitzicht over de Al Nakhar kloof adembenemend. Geiten bewegen zich moeiteloos over de rotsen, terwijl een arend boven de kloof cirkelt.
Ik loop tot aan Al Sak, een verlaten bergdorp waar slechts vervallen stenen huisjes resteren. Het pad terug is zwaarder, maar nergens technisch. De zon staat hoog en schaduw is schaars. Het blijft oppassen, want het pad is niet gezekerd en de afgrond diep.



Geitenmarkt van Nizwa en het hart van Oman
In Nizwa, een van de oudste steden van Oman, komen handel en traditie samen. Op vrijdagochtend vindt hier de wekelijkse geitenmarkt plaats. Handelaren met pick-ups die zijn volgestouwd met vee komen vanuit het hele land hier naar deze markt. Het is een fascinerend maar ook ongemakkelijk schouwspel van onderhandelingen en luid geroep. De geiten worden zeven keer rondgeleid, wat ruimte geeft om vaak en flink te onderhandelen. Dieren worden vooruitgeduwd terwijl handelaren hun bod roepen. Even verderop, in de souk, is het rustiger. Tussen dadels, halva en zilveren sieraden proef ik iets van het oude handelsverleden.



Niet ver van de stad ligt Jabreen Castle, een zeventiende-eeuws kasteel met rijk gedecoreerde kamers en slimme verdedigingssystemen. Het werd gebouwd in opdracht van Oman Bel’arab bin Sultan Al Yarubi. Bovenop het kasteel heb ik een panoramisch uitzicht op de omgeving. Een laatste tussenstop deze dag brengt me in Bait al Safah. In dit museumdorp laten bewoners je kennismaken met de cultuur van Oman en laten je zien hoe het leven er vroeger uitzag. Vrouwen zijn bezig met het bereiden van eten, het branden van bonen voor koffie en het maken van verzorgingsproducten. Ondertussen serveren mannen thee en vertellen over de gebruiken en politiek van het land.


Verlaten dorpen, kloven en gastvrijheid
Op veel plekken in Oman vind je leegstaande dorpen, zo ook Tanuf. Een vervallen dorpje halverwege Nizwa en Bahla, dat in de jaren ’50 van de vorige eeuw gebombardeerd werd door de Britten. De ruïnes zijn onaangeroerd gebleven. In het droge klimaat blijven de lemen huizen goed bewaard, wat het bijzonder maakt om door de verlaten dorpen te wandelen. Later wandel ik een deel van de W8 wandelroute waar ik door twee mannen die me tegemoet lopen spontaan word getrakteerd op koffie en dadels. Gastvrijheid lijkt een vanzelfsprekendheid in Oman.


Iets verderop slingert in Snake Canyon een smalle kloof door het landschap. Waaraan deze plek zijn naam te danken heeft is duidelijk. De kloof slingert als een slang door het landschap.

Afsluiten op zee
De laatste dag breng ik door op zee. Abdullah heeft een boot en vaart ons langs de kust. Zo nu en dan gooit hij het anker uit, zodat ik kan snorkelen in prachtig helder water. Ik zie kleurrijke vissen tussen de rotsen, iets later zelfs een zeeschildpad. Een onverwachte ontmoeting, die perfect past bij deze reis. Een mooi einde van de reis ook, want morgen wacht Muscat op me, en hiermee ook de vlucht terug naar huis.

Over mijn rondreis Oman
Ik maakte deze reis met Jacomijn van zinvolreizen.nl, die de reis samen met lokale gids Abdullah van Blue Skies of Oman heeft samengesteld. Met een kleine groep ontdekten we het sultanaat Oman. Het ligt in het Midden-Oosten, naast de Verenigde Arabische Emiraten, Saudi-Arabië en Jemen. Het is een ontzettend gastvrij land met een lange handelsgeschiedenis. De havenstad Muscat werd 150 jaar lang door de Portugezen bezet. Zij lieten er hun sporen achter, net als de Ottomanen en de Nederlandse VOC die een handelspost in Muscat had. De laatste eeuwen is Oman een sultanaat, nu onder sultan Haitham bin Tariq Al Said.
Oman ontvouwt zich langzaam. In oude dorpen, stille wandelpaden, ontmoetingen onderweg. Het is geen bestemming van snelle hoogtepunten, maar een land dat vraagt om aandacht en tijd. Voor de steden, de uitgestrekte woestijn met bedoeienenkampen, en de weelderig begroeide wadi’s. Wie bereid is om te vertragen, ontdekt een Midden-Oosten dat rijk is aan verhalen, landschappen en cultuur — en dat nog lang blijft nazinderen.

Goed om te weten: Dit artikel bevat affiliate links. Wanneer je een product koopt of boeking maakt via een van deze links, ontvangt Cultuur op Reis een kleine commissie zónder extra kosten voor jou.







Wauw wat een gave reis zeg! Ik zou heel graag eens naar Oman willen, lijkt mij heel bijzonder en ideaal voor een meivakantie. We hadden ooit goedkope tickets gevonden, maar toen hebben we te lang gewacht en waren ze weg. Dus nu staat het nog op ons lijstje!
Wat ontzettend leuk om te lezen! Oman staat al een tijdje op mijn lijstje, maar vind het doorgaans nogal prijzig. Ik wilde net vragen waar je dit geboekt had, maar ik lees het al in de laatste alinea: bij Jasmijn van zinvolreizen. Haar volg ik natuurlijk ook al een tijdje! Mag ik vragen wanneer jullie deze trip gemaakt hebben? Het ziet er namelijk relatief rustig uit! Ik sla je blog in ieder geval op voor inspiratie. Dank je wel!
Oman kan heel prijzig zijn, maar als je zelf boekt valt het best mee. Jacomijn heeft de reis inderdaad geregeld, via een lokale gids die betaalbare hotels voor ons heeft uitgezocht. En als je de kosten van de auto en gids met zijn zessen kunt delen scheelt dat ook. Wij reisden begin maart, dus vroeg in het seizoen en buiten de vakanties, wat het ook goedkoper maakt.