Tijdens mijn rondreis door de heuvels van de Val d’Orcia beland ik aan de voet van de Monte Amiata in het stadje Abbadia San Salvatore. Hier klinkt het zwijgen van een mijn die ooit het kloppend hart van de regio was. Om het stadje en de regio echt te leren kennen breng ik een bezoek aan het mijnmuseum van Abbadia San Salvatore in Toscane. Een verslag.
Abbadia San Salvatore
Abbadia San Salvatore ligt in de provincie Siena. Het stadje dankt haar naam aan de Longobardische Abdij van San Salvatore, die na al die eeuwen nog steeds het imposante middelpunt van het plaatsje is. De abdij telde in haar hoogtijdagen meer dan 100 monniken en ontving een constante stroom pelgrims die de Via Francigena liepen. Ik bewonder het verhoogde altaar van de abdij en de grote crypta longobarda – met prachtig versierde zuilen en kapitelen met motieven van soldaten, paarden en dieren. In het bijbehorende museum ligt een facsimile van de beroemde Bibbia Amiatina. Het origineel bevindt zich tegenwoordig in Florence.



Het mijnmuseum van Abbadia San Salvatore
Hoe indrukwekkend ook, Abbadia San Salvatore bloeide pas echt op toen de kwikmijnen openden. Die maakten van de Amiata-regio de op één na grootste kwikproducent ter wereld. En daarover leer ik vandaag alles in het mijnmuseum van Abbadia San Salvatore.
Bij de ingang van het Museo Minerario di Abbadia San Salvatore wacht gids Massimo me al op. Hij neemt me vandaag op sleeptouw door het museum. Het is een warme dag en dus ben ik verbaasd wanneer ik door Massimo gewaarschuwd word voor de kou. “Neem je wel een trui mee? Het kan koud zijn onder de grond”. Ik ben nu al benieuwd naar wat komen gaat.


Een van de grootste kwikmijnen in Europa
Het museum is verspreid over verschillende voormalige mijngebouwen. Zodra ik het terrein oploop, begint Massimo te vertellen. Hij werkt hier niet zomaar als gids, hij is hier ook als nakomeling van mijnwerkers. Bijna iedereen die in het dorp woont heeft wel een vader of grootvader die hier onder de grond gewerkt heeft, of iemand die op een andere manier bij de fabriek betrokken was.
Langzaam schetst Massimo een beeld. Waar nu beukenbomen groeien, was ooit een van de grootste kwikmijnen in Europa. Op de flanken van de uitgedoofde vulkaan Monte Amiata bloeide vanaf het einde van de negentiende eeuw de mijnbouw op, vooral rond het stadje Abbadia San Salvatore. In 1899 werd de fabriek geopend en in de hoogtijdagen was dit, na het Spaanse Almadén, de een na grootste producent van kwik ter wereld.


De laatste mijn sloot in 1982, waarmee een zwaar maar belangrijk tijdperk uit de industriële geschiedenis van Italië werd afgesloten. Vandaag herinneren slechts verlaten gebouwen, roestige installaties en verhalen van oud-mijnwerkers aan deze periode. Én om die te bundelen is er nu dus een interessant industrieel museum. Het Museo Minerario is gevestigd in de voormalige mijngebouwen en je kunt er leren over het harde leven onder de grond. “Mag ik het je ook laten zien?” vraagt Massimo terwijl voor me uitloopt.
Het leven in de mijnen
Ik loop achter hem het museum in. “Hier werd cinnaberiet gewonnen, het mineraal waaruit kwik wordt gehaald, ofwel kwikzilver.” In zijn handen heeft Massimo een loodzware steen en een klein flesje kwik. “Voel eens hoe zwaar dat kleine flesje is.” Ik neem eerst en steen en vervolgens het flesje met het zilveren vloeistof in mijn hand. Het flesje is zwaarder dan ik verwachtte – en stukken zwaarder dan de steen.
Cinnaberiet en kwik zijn hier volop aanwezig in het vulkanische gesteente, maar het is lastig te delven. Het kwik slingert zich als een slang door de steen heen. De kwikhoudende steen werd losgehakt en boven de grond gebracht. Uit kilo’s stenen kon slechts een kleine hoeveelheid kwik gedolven worden. En hoe dat mijnen er nu uitziet? Ik kan het me lastig voorstellen. Maar Massimo weet hier iets op.



Zelf de mijnen in
In het museum is een klein stukje mijngang nagebouwd. Aan de wand zie ik een klein kastje met ronde medailles. Een controlesysteem, zo wordt me verteld. Mijnwerkers namen een muntje mee zodra ze de mijn ingingen, en hingen dit na het werk terug. Miste er een muntje, dan miste er een persoon in de mijn. En dan werd er gezocht, in mijnschachten en -gangen die honderden meters de diepte in gingen.


Ondertussen is Massimo in een origineel oud treintje gestapt, ik ga in een van de wagens erachter zitten. Met een hoop gerammel gaan we op pad, een mijnschacht in waar de werkomgeving van de mijnwerkers is nagebootst. Hier krijg ik een klein idee hoe het was om in de mijnen te werken, twaalf uur per dag, in benauwde smalle tunnels en in de hitte.
De mijnschachten gingen 450 meter naar beneden. Hier werkten de mannen zeker de eerste decennia nog zonder beschermende kleding en met minimaal gereedschap. Dankzij de aanwezigheid van de vulkaan was het onder de grond bloedheet, zeker 40 graden. Massimo steekt een gaslampje aan om me te laten inzien hoe minimaal licht dit geeft. En wanneer hij het lampje uitdraait is er niets dan duisternis.


Weer boven de grond
Ik ben blij wanneer ik de mijngangen uit ben en weer zonlicht op mijn armen voel schijnen. Het is een indrukwekkende ervaring om een idee te krijgen van de mijnen, en hoe het was om hier uren aaneen stenen te hakken en weer boven de grond te krijgen, en ik ben blij dat hier tegenwoordig niemand meer onder de grond werkt.
Na de wereldoorlogen kelderde de vraag naar kwik. In 1976 is men gestart met het sluiten van mijnen. Kort hierna werd besloten een museum te openen om de verhalen van de mijnbouw levend te houden. En dat is gelukt. De aanwezigheid van het mijnmuseum onthult het verleden van Abbadia San Salvatore dat onlosmakelijk verbonden is met de mijnbouw. En daarom, als je in de buurt bent, is het een must om te bezoeken.
Meer in de buurt van Abbadia San Salvatore
Tijdens mijn reis ontdek ik Val d’Orcia, een prachtige vallei in het zuidoosten van Toscane, Amiata. Hier vind je glooiende heuvels vol bloemen, rijen cipressen en prachtige landhuizen. De vallei wordt in het zuiden begrensd door de Monte Amiata, een 1738 meter hoge, uitgedoofde vulkaan. Je bezoekt er dorpen zoals Abbadia San Salvatore, verkent musea, ontdekt prachtige werken van de Della Robbia-familie uit Florence, en wandelt of fietst over de pelgrimsroute Via Francigena.
- Lees ook: Langs oude sporen in Val d’Orcia en Amiata: de Via Francigena en het vergeten mijnverleden (italieuitgelicht.nl)








Ziet er echt super mooie uit. Vooral heel erg interessant om er eens heen te gaan.
Wat een unieke plek om te bezoeken. Verwarmde kleding aan is een goede tip. Bedankt voor alle informatie.